Het eiland werd vanaf 3000 v.Chr. bevolkt door de Guanchen. Zij noemden het Tamarán. Spanje veroverde het in de 15e eeuw, tijdens het bewind van de Reyes Católicos (de katholieke koningen, Isabella I van Castilië en Ferdinand II van Aragon). Door het verzet van de oorspronkelijke bewoners hadden de Spanjaarden vijf jaar nodig om het volledige eiland te veroveren. In 1478 werd door Juan Rejón de stad Las Palmas de Gran Canaria gesticht, de eerste plek van Gran Canaria die in Spaanse handen kwam. Gran Canaria werd volledig ingelijfd en onder gezag van de Kroon van Castilië gebracht onder Pedro de Vera, die in 1483 de verovering, door Juan Rejón begonnen, voltooide.

De stad Las Palmas groeide uit tot een belangrijke haven voor schepen die onderweg waren van Europa of Afrika naar Amerika. Ook ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus maakte op Gran Canaria een tussenstop. Het bekende Columbushuis, Casa de Colon, in Las Palmas herinnert hieraan. Het eiland kende in de 17de en 18de eeuw een bloeitijd door handel in suiker en wijn en later werd vooral de bananenteelt belangrijk voor het eiland. Vanaf het begin van de 19de eeuw ging het een stuk slechter met de economie en vertrokken veel eilandbewoners richting Zuid-Amerika. Met de opkomst van het toerisme in de jaren 60 leefde de economie van Gran Canaria weer op.
GESCHIEDENIS
                                    Bezienswaardigheden

De kathedraal van Las Palmas
In Las Palmas kan men het huis van de ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus bezichtigen, alsook een museum dat gewijd is aan de cultuur van de oorspronkelijke bewoners, de Guanchen. In het oude gedeelte van de stad, de Vegueta, staat de kathedraal.
Jardín Botánico Canario Viera y Clavijo is een botanische tuin in de buurt van Las Palmas.
In het zuiden van het eiland, net buiten Playa del Ingles, bevindt zich het Palmitos Park, een groot vogelpark en dolfinarium.
De markt in de vissersplaats Arguineguin (in de gemeente Mogán) is de grootste van het eiland en wordt gehouden op dinsdagen.
Puerto de Mogán in het zuidwesten wordt soms 'klein Venetië' of 'het Venetië van het Zuiden' genoemd en wordt vooral op vrijdagen druk bezocht door toeristen omdat er op die dag een markt is.
Mundo Aborigen is een openluchtmuseum in het dal van Fataga gewijd aan de cultuur van de oorspronkelijke bewoners.
Roque Nublo is een van de hoogste punten van de Canarische Eilanden.
De duinen en het brakwatergebied van Maspalomas zijn sinds 1987 beschermde natuurmonumenten.
In Artenara worden nog vele grotwoningen bewoond.
Teror geldt als de plaats met de best bewaard gebleven oorspronkelijke bebouwing.
De vuurtoren Faro de Maspalomas is een van de veel gefotografeerde herkenningspunten van Gran Canaria.